zoeken
mail a friend








Meezoeken naar het zwarte goud

Italianen in Zuid-Limburg

In 1992 wonen zo'n 33.000 Italianen in Nederland, een klein percentage van het totale aantal migranten in ons land. Over deze groep wordt niet gepraat als het over migrantenproblematiek gaat. Hoe kan dat? De Italiaan staat positief bekend vanwege overheerlijk ijs, pasta, cappuccino en niet te vergeten: de pizza. De reden van hun komst was echter minder eetbaar

foto: Limburgs Museum (Venlo)

Schoolplaat van de mijn Oranje Nassau I in Heerlen, H. Heijerbroek, collectie Limburgs Museum, Venlo
De acht particuliere steenkoolmijnen lagen in en rond Heerlen en Kerkrade. De Oranje Nassau I is de op ťťn na oudste. In 1899 begon de productie en de mijn sloot officieel de deuren in 1974.

foto: SHCL, Maastricht

Lunchpauze in de mijn betekende boterhammen opeten in vreemde posities. Jaartal onbekend, collectie Sociaal Historisch Centrum Limburg, Maastricht

Italianen nemen afscheid van elkaar in SardiniŽ. Foto uit het begin van de jaren 50
Foto: J. Venner, Grathem

De mijnwerkerskolonie Meezenbroek in Heerlen, jaartal onbekend.
Om problemen van overvolle industriesteden in Engeland te voorkomen, besloten de Limburgers de huisvesting anders aan te pakken. Tuin-steden verrezen dicht bij de mijn en ver van de stadscentra. Ze bestonden uit laagbouwwoningen en hadden een eigen kerk, parochiehuis en verenigingen.

Rond 1900 is Nederland in de ban van de industriŽle revolutie en neemt de vraag naar steenkool toe. De steenkool is brandstof voor stoommachines en nodig om ijzererts te smelten ten behoeve van de staalproductie. Het aantal mijnen in Zuid-Limburg groeit. De zaken gaan zo voorspoedig dat er uiteindelijk acht particuliere mijnen zijn en vier staatsmijnen. Steenkool blijkt zwart goud te zijn.

Eerste gastarbeiders
In de Tweede Wereldoorlog vallen de mijnen in Duitse handen.†De productie gaat door met dwangarbeiders, maar wordt aan alle kanten stevig gesaboteerd. Tijdens de wederopbouw na de oorlog neemt de vraag naar kolen toe. De Nederlandse arbeider vraagt inmiddels een te hoog loon en de mijnen zoeken hun heil daarom op de goedkope arbeidsmarkt in Zuid-Europa, met name in ItaliŽ. Ook BelgiŽ volgt deze aanpak.

Al voor de oorlog kwamen groepjes Italianen naar Nederland, als schoorsteenveger, terrazzo-werker of ijscoman. Maar dit keer werden ze gericht geworven en geselecteerd door een commissie, die keek naar gezondheid, politieke denkbeelden, opleidingsniveau en een eventueel strafblad. De arbeidsmigrant werd gastarbeider. Van deze Italianen kwam ruim 40% van SiciliŽ en SardiniŽ, 37% uit het noordelijke deel van ItaliŽ en bijna 20% uit het Zuiden.

De Italiaanse arbeiders -net als de Spaanse en Poolse migranten van vlak na de oorlog- zijn goed geÔntegreerd in de Nederlandse samenleving. Dit had te maken met het geringe aantal van de groep, maar ook met de economische situatie op dat moment. Met de bloeitijd van de mijnen nam de welvaart toe en verrezen bijbehorende woonwijken, kolonies genoemd, die een multiculturele samenleving konden herbergen.

Sluiting mijnen
Op 14 december 1965 besluit de overheid dat de mijnen dicht moeten omdat er grote verliezen zijn te verwachten. Immers, de kolenproductie is in het buitenland veel goedkoper, en daarnaast is in Slochteren een enorme gasbel gevonden. Bovendien wordt olie steeds vaker als brandstof gebruikt in plaats van kolen. Kortom slechte tijden voor de steenkoolwinning in Nederland.

De Italianen keren niet massaal terug naar hun land omdat ze inmiddels geheel ingeburgerd (geassimileerd) zijn. Wel is na de mijnsluitingen een verschuiving in woonplaats op te merken: ze wonen nu vaker in het Westen (60%) dan in het Oosten en Zuiden, en vooral in de grotere steden. Tegenwoordig zijn de meesten in loondienst, een klein aantal is zelfstandige. En dat zijn dan zeker de mannen van de pizzarestaurants? Nee dus. Recent onderzoek heeft uitgewezen dat de meeste pizzeria's worden gerund door Turken, Marokkanen en Nederlanders!

Monique Ras-Deege

Zie ook

Bezoektip:


Instelling:
Digitaal Erfgoed Nederland

Publicatiedatum:
20 december 2004