zoeken
mail a friend








Molens

Eeuwenlang zag men in het Nederlandse landschap in alle windrichtingen wel een molen staan. Molens zijn werktuigen waarmee door een draaiende beweging materiaal wordt bewerkt, stof wordt vermalen, verbrijzeld, geklopt, geperst, geplet of gemengd, boomstammen worden gezaagd of water naar een hoger niveau wordt gebracht. Molens komen dan ook in zeer grote verscheidenheid voor.

 
Meer lezen op de site van Open Monumentendag over:
  • De Heidebloem, Erica  
  • De Hoop, Sint Philipsland 
  • De Pere, Oost-Souburg
  • De naamgeving en het type ervan vloeien voort uit de constructie van het uiterlijk, de functie van de molen of een combinatie daarvan. Zo kennen we rosmolens, standerdmolens, wipmolens, tjaskers, poldermolens, paltrokmolens, torenmolens, berg- of beltmolens, stellingmolens, weidemolens of aanbrengertjes, en grondzeilers.

    Er bestaan verschillende methoden van aandrijving van molens. De molen kan aangedreven worden door middel van windkracht, door de wieken (windmolens) of door middel van waterkracht, door raderen (watermolens). Verder werden molens soms aangedreven door middel van dierlijke spierkracht (rosmolens of hondenmolens).
    Het malen van graan tot meel gebeurde vroeger met de hand. Door de uitvinding van de rosmolen en de waterradmolen, bespaarde dit veel lichaamskracht. Daarna verscheen de windmolen die in ons vlakke winderige land bij uitstek goed functioneerde. De vraag naar windmolens bleef stijgen en dat had een gunstige uitwerking op de technische ontwikkeling. Hierdoor konden windmolens nu ook ingezet worden voor andere vormen van nijverheid dan graan malen alleen. Molens werden gebruikt voor het zagen van boomstammen tot balken en planken, ten behoeve van de huizen- en scheepsbouw; het slaan van olie uit lijnzaad en raapzaad; het malen van specerijen en het maken van mosterd.

    Vele industrieën vonden hun oorsprong in het molenbedrijf. Als voorbeeld dient de Zaanstreek, één van de oudste industriegebieden van Nederland. Hier hebben zeer veel molens gestaan. Denk ook aan de molens die ooit de grote meren in Noord-Holland, de Beemster, de Purmer en de Schermer droogmaalden en tot voor kort nog de polders bemaalden.
    De komst van nieuwe energiebronnen was de oorzaak van de teruggang van molens. Na blikseminslag of brand was er nauwelijks reden tot herbouw, niet alleen omdat andere bronnen van drijfkracht de taak van de molens overnamen, maar ook omdat de bouw kostbaar was en specialistisch werk vergde.

    Er zijn nu nog ca.1000 molens overgebleven die ons landschap sieren. Het is de meest kwetsbare categorie van het Nederlandse monumentenbezit. Alleen behouden is namelijk niet voldoende, de molen moet ook draaien. Een molen die stilstaat is sneller aan restauratie toe dan een molen die op zijn tijd de wind in de wieken vangt en draait.
    Nederland telt echter nog maar een handjevol zelfstandige molenaars. Gelukkig bestaat er daarnaast nog een Gilde van Vrijwillige Molenaars. Dit gilde zorgt er voor dat molens geregeld blijven draaien.en voorkomt zo dat stilstand leidt tot ondergang. Verder zijn er nog tal van stichtingen en verenigingen werkzaam op het terrein van het molenbehoud en de molengeschiedenis in Nederland.

    Miriam Schneiders

    Lees meer over:  

     


    Instelling:
    Stichting Open Monumentendag