Bij het Gelderse dorp Rijswijk, aan de rivier tegenover Wijk bij Duurstede, heeft vermoedelijk een Romeins grensfort gelegen. Niemand heeft het ooit opgegraven: wat we weten, komt uit zandzuigers en van metaaldetectors. De plek is belangrijk omdat hier in de Romeinse tijd de Lek ontstond, en omdat de latere handelsstad Dorestad er mogelijk uit is voortgekomen.
Rijswijk (Gld) in het kort
| Plaats | Rijswijk, gemeente Buren, Gelderland |
|---|---|
| Romeinse naam | Vroeger Levefanum genoemd; die gelijkstelling wordt nu betwijfeld |
| Periode | Ongeveer 47 of 70 na Christus tot eind derde of begin vierde eeuw |
| Wat is er gevonden | Circa 3000 fragmenten van dakpannen, munten, aardewerk, mantelspelden, een bronzen helm met namen van soldaten |
| Te bezoeken | Kunstwerk Tot Hier aan de Veerweg; Museum Dorestad in Wijk bij Duurstede |
Vondsten uit de zandwinning
Rijswijk is een klein dijkdorp, ongeveer negen kilometer ten noorden van Tiel. In de uiterwaarden is in de twintigste eeuw op grote schaal zand gewonnen, en daarbij kwam Romeins materiaal naar boven. In 1979 bezochten medewerkers van de opgraving in Dorestad een half jaar lang een of twee keer per week de zandzuigers in de Rijswijkse Buitenpolder om te zien wat er werd opgepompt. Toen het gebied in 1981 opnieuw werd ingericht, zochten amateurs met metaaldetectors het terrein af.
De oogst bestond uit bouwpuin, waaronder ongeveer drieduizend stukken dakpan, verder munten, aardewerk, mantelspelden, een brokstuk van een altaarsteen en resten van drie helmen. Het zand lag diep, onder een kleilaag van drie meter. Veel is toevallig gevonden en daarna verdwenen of in particuliere verzamelingen beland. De muren van het fort zijn nooit gezien, en de exacte ligging is onbekend.
Een helm met twee eigenaren
Het bekendste stuk is een bronzen infanteriehelm. Op de nekbeschermer zijn met puntjes namen ingeslagen van soldaten die de helm na elkaar hebben gedragen: Titus Allienus Martialis en Statorius Tertius, allebei uit de centuria, de eenheid van tachtig man, van Antonius Fronto. Soldaten betaalden hun uitrusting zelf, legt het Rijksmuseum van Oudheden uit, en verkochten die aan het einde van hun diensttijd vaak door aan een kameraad.
De namen klinken door en door Romeins. Daarom wordt wel gedacht dat in Rijswijk een cohors civium Romanorum lag, een hulpeenheid van mannen met het Romeinse burgerrecht. Livius.org noemt als andere mogelijkheid de Cohors I Thracum equitata, een eenheid van Thraciërs met ruiters. Zeker is geen van beide.
Fort, dorp of allebei?
Over de datering bestaan verschillende opgaven. De Nederlandse Limes Samenwerking houdt op grond van dakpanstempels en munten aan dat het fort van omstreeks 47 tot het einde van de derde eeuw in gebruik was. Livius.org laat de militaire aanwezigheid beginnen na de Bataafse Opstand van 69-70 en doorlopen tot in de vroege vierde eeuw.
Er klinkt ook twijfel. Onderzoeker Wil Kuijpers noemt het vondstmateriaal ‘opvallend civiel’ en minder overtuigend als bewijs voor een fort dan dat van buurman Maurik. Archeoloog Rien Polak oppert dat de vondsten van meer dan één vindplaats afkomstig kunnen zijn: naast een fort kan ook een gewone nederzetting door de rivier zijn weggeslagen. Onduidelijk is zelfs of de voorwerpen nog op hun oorspronkelijke plek lagen of later in een Karolingische Rijnbedding zijn gespoeld.
Waar de Lek begon
De ligging verklaart waarom de Romeinen hier belangstelling voor hadden. In de Romeinse tijd brak bij Rijswijk een nieuwe riviertak door, de Lek. Het is bovendien de plek waar de Gelderse kleigronden overgaan in de drassige Rijndelta. Een strategische plek dus, op een splitsing van waterwegen.
Tussen het Romeinse puin zat ook handgevormd aardewerk uit de late zevende tot mogelijk de negende eeuw. Dat sluit aan bij de gedachte dat Dorestad, de grote handelsplaats van de vroege middeleeuwen, als opvolger van het castellum is ontstaan en zich westwaarts uitbreidde naar het huidige Wijk bij Duurstede. Later verlegde de Lek zijn loop en kwam Rijswijk aan de overkant te liggen. Nu vormt de rivier de grens tussen Gelderland en Utrecht.
Heette het Levefanum?
Op de Peutingerkaart, een middeleeuwse kopie van een Romeinse wegenkaart, staat tussen Maurik en de Rijnsplitsing bij Herwen een plaats Levefanum. Lange tijd is die naam aan Rijswijk gekoppeld. Die opvatting staat onder druk. Livius.org noemt haar onjuist en plaatst Levefanum bij het fort van Arnhem-Meinerswijk. Jan Verhagen zoekt de plaats in zijn studie uit 2022 juist bij Elst. In de naam zit het Latijnse fanum, heiligdom; als de kaart een schrijffout bevat, was het mogelijk een heiligdom van de Bataafse godin Haeva. De Romeinse naam van Rijswijk is daarmee eigenlijk onbekend.
Wat is er nu te zien?
Op de vindplaats zelf herinnert alleen het rivierlandschap aan de grens. Aan de Veerweg in Rijswijk, op de Gelderse oever van de Lek, staat het kunstwerk Tot Hier: een rij pijlers die aangeeft waar het Romeinse Rijk ophield. Aan de overkant, in Wijk bij Duurstede, besteedt Museum Dorestad (Markt 24) aandacht aan de limes en het fort; de helmen uit Rijswijk zijn er te zien. In het dorp zelf staan de korenmolen De Hoop uit 1703 en de Martinuskerk met een toren uit omstreeks 1500.
Bronnen: Nederlandse Limes Samenwerking, Livius.org, W. Kuijpers, The washed out Roman sites along the limes (2021), Rijksmuseum van Oudheden. Laatst bijgewerkt: 10 oktober 2026.
