Het Kanaal van Corbulo, in het Latijn de fossa Corbulonis, is een door Romeinse soldaten gegraven vaarweg tussen de Rijn en de monding van de Maas. Het hield schepen weg van de open zee en verbond de forten aan de Rijn met het achterland van de Maas. Sinds 2021 maakt het deel uit van het Unesco-werelderfgoed Neder-Germaanse Limes.

Het Kanaal van Corbulo in het kort

Wat Romeins scheepvaartkanaal tussen Rijn en Maasmonding
Aanleg Volgens Tacitus in 47 na Chr.; hout uit de oevers is gekapt rond 50
Opdrachtgever Legeraanvoerder Gnaeus Domitius Corbulo
Lengte 23 Romeinse mijl volgens de antieke bronnen, ongeveer 34 km; ruim 11 km is teruggevonden
Afmetingen Ongeveer 10 tot 15 meter breed
Status Zes delen in Voorschoten en Leidschendam-Voorburg zijn Unesco-werelderfgoed

Graven om de zee te mijden

De Romeinse geschiedschrijver Tacitus vertelt in zijn Annalen dat Corbulo het kanaal liet graven om zijn soldaten bezig te houden en om de gevaren van de open zee te vermijden. Ook Cassius Dio noemt het werk. Het viel in de tijd dat Corbulo optrad tegen de Chauken en de Rijn als grens van het rijk werd ingericht.

Het nut was groot. Schepen uit het Rijnland konden via het kanaal veilig de Maasmonding bereiken, het Helinium, zonder bij Katwijk de Noordzee op te hoeven. Bij de Maasmonding was het makkelijker lading over te zetten op zeeschepen. Dat deed ertoe, want in die jaren vochten veel soldaten uit het Rijnland in Britannia en moest de bevoorrading doorgaan. Volgens Limes.nl was het kanaal een schakel in een langere binnenroute van de Rijn naar Colijnsplaat in Zeeland, waar goederen voor Britannia werden overgeslagen.

De loop: van Leiden naar het zuiden

Bij het fort Matilo, in het huidige Leiden-Roomburg, takte het kanaal af van de Oude Rijn. Daarna liep het vlak achter de zandige kuststrook langs, over een smalle strook land met oude duinen aan de westkant en veenmoeras aan de oostkant. Onderweg passeerde het Forum Hadriani, de stad van de Cananefaten in het huidige Voorburg, die een haven aan het kanaal had.

De Vliet, de trekvaart die in de zeventiende eeuw door Voorschoten en Leidschendam-Voorburg werd gegraven, volgt voor een deel dezelfde lijn. De volledige route is niet bekend. Tot nu toe is ruim elf kilometer archeologisch aangetoond; bij graafwerk komen af en toe nieuwe stukjes aan het licht.

Teruggevonden in Leidschendam

Lang was het kanaal alleen uit teksten bekend. Rond 1989 en 1990 werd het voor het eerst herkend, bij de aanleg van de wijk De Rietvink in Leidschendam; het Rijksmuseum van Oudheden schrijft de ontdekking toe aan archeoloog Wilfried Hessing. Sindsdien is het op meer dan tien plaatsen aangesneden. In het veen tekende het kanaal zich af als een baan klei, met houten beschoeiingen waar de oever dat nodig had.

Over de maten lopen de opgaven uiteen. Livius.org noemt voor De Rietvink een breedte van ongeveer vijftien meter, genoeg voor twee schepen naast elkaar, en een diepte van zo’n drie meter. De ANWB, die zich op opgravingen beroept, houdt het op tien tot vijftien meter breed en ongeveer anderhalve meter diep. Hoe het waterpeil werd geregeld, is onbekend: dammen met overlaten zijn geopperd, maar nooit gevonden.

Het jaartal: 47 of 50?

Tacitus plaatst het graven in het jaar 47. Jaarringonderzoek aan drie palen uit de oever wees in 2006 echter uit dat de bomen in het jaar 50 zijn geveld. Dat kan betekenen dat het werk jaren duurde, of dat er al snel reparaties nodig waren. Volgens Livius.org is het waarschijnlijker dat Tacitus gebeurtenissen uit meerdere jaren onder één datum heeft samengevat. Het Rijksmuseum van Oudheden sluit bovendien niet uit dat er een oudere fase is geweest, uit de tijd van keizer Caligula of eerder.

Zeker is dat het kanaal lang meeging. Later gedateerd hout laat zien dat het onder keizer Hadrianus, die de streek rond 121 bezocht, is verbeterd. Het bleef meer dan honderd jaar in gebruik; volgens de Engelstalige Wikipedia werden delen nog tot omstreeks 275 bevaren.

Wat is er te zien?

Het Romeinse kanaal ligt onder de grond, maar de route is goed te volgen:

  • In de wijk De Rietvink in Leidschendam ligt een reconstructie van een stuk kanaal met een brug in Romeinse stijl, daar sinds 1993.
  • Op de Vliet kun je varen over een water dat deels de Romeinse lijn volgt.
  • Een tak van het Romeinse Limespad loopt van Voorburg naar Leiden langs het tracé; de ANWB heeft een fietsroute langs het kanaal.
  • Op de plaats van Forum Hadriani in Voorburg ligt nu een park met informatieborden. Museum Swaensteyn in Voorburg toont vondsten uit de stad.
  • In Leiden-Roomburg is het terrein van castellum Matilo te bezoeken.

Bronnen: Limes.nl, Livius.org, Rijksmuseum van Oudheden, ANWB. Laatst bijgewerkt: 10 oktober 2026.