Driel, aan de zuidoever van de Nederrijn even ten zuidwesten van Arnhem, lag in de Romeinse tijd pal aan de rijksgrens. Uit de rivier bij het Drielse veer kwam in 1895 een grote schat aan Romeins brons tevoorschijn. Of er ook een fort heeft gestaan, is nog altijd niet zeker, al wijzen de vondsten sterk in die richting.

Romeins Driel in het kort

Plaats Driel, gemeente Overbetuwe, Gelderland
Romeinse naam Onbekend
Periode Vroege eerste eeuw tot ongeveer 270 na Christus; ten westen van het dorp ook laat-Romeinse vondsten
Wat is er gevonden Schat van het Drielse veer (ruim 200 bronzen voorwerpen), militair aardewerk, mantelspelden, een tufstenen poortsteen
Te bezoeken Rijndijk en stuw bij Driel; de schat ligt in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden

De schat van het Drielse veer

In het voorjaar van 1895 werd de Nederrijn tussen Driel en het Lexkesveer uitgebaggerd. Met het zand kwamen bronzen kannen, kommen en emmers boven, pannen met een steel, beslag van kisten en van een wagen, belletjes en vooral rijk versierd paardentuig. De arbeiders hielden de vondst stil en verkochten de stukken aan antiekhandelaren in Arnhem en Nijmegen. Pas in juli hoorde de directeur van het museum van oudheden in Leiden ervan.

Het lukte daarna toch om het meeste bijeen te brengen. Het grootste deel was gekocht door de verzamelaar P.A. Gildemeester, die het aan Leiden naliet; enkele stukken kwamen in het Arnhemse gemeentemuseum terecht. Alles bij elkaar gaat het om meer dan tweehonderd voorwerpen uit het midden van de eerste eeuw. Hoe ze in de rivier kwamen, is niet bekend. Een veelgehoorde verklaring is dat het buit is uit de Bataafse Opstand van 69-70, maar dat blijft een vermoeden.

Fort, wachtpost of dorp?

Dat er meer aan de hand was dan één verloren lading, bleek in de twintigste eeuw. Archeoloog W.J.H. Willems, die rond 1980 over het pas ontdekte fort van Arnhem-Meinerswijk publiceerde, beschreef daarbij ook de vondsten uit Driel. Op een oude rivierrug lag aardewerk uit de tijd van de keizers Augustus en Tiberius, dus uit de eerste decennia van de jaartelling. Willems dacht aanvankelijk aan een houten wachttoren of een klein fort.

Nieuwe vondsten van H.A. en H.J. Gerritsen maakten het beeld steviger. Zij vonden een blok tufsteen van ongeveer 63 bij 63 bij 24 centimeter met een kegelvormig gat, waarschijnlijk de steen waarin een poortvleugel draaide. Uit een venige oude geul kwamen vier mantelspelden, waaronder een type dat vooral soldaten droegen. Daarbij kwamen enkele honderden scherven terra sigillata, het rode Romeinse luxe-aardewerk, in hoeveelheden die in gewone Betuwse boerendorpen niet voorkomen. Willems concludeerde dat er bij Driel vanaf de vroeg-Romeinse tijd tot zeker rond 270 een militaire versterking moet zijn geweest.

Een paar honderd meter verder was in een oude rivierbedding al eerder een kan gevonden met een militaire inscriptie. Livius.org noemt voor Driel een turma, een ruiterafdeling, van een zekere Gaius, en oppert dat zulke ruiters een voorde of veer over de Rijn bewaakten. Dezelfde bron houdt uitdrukkelijk de mogelijkheid open dat het om een burgerlijke nederzetting ging. Het fort zou, als het bestond, gebouwd kunnen zijn tijdens de veldtochten van Germanicus in de jaren 14-16. De resten lagen dicht bij de rivier en zijn waarschijnlijk grotendeels weggespoeld.

Rondom het dorp

Ten oosten van het dorp, op de Baarskamp, lag in de Romeinse tijd een inheemse nederzetting. Ten westen van Driel is veel laat-Romeins en Merovingisch aardewerk gevonden, op een terrein dat nu bebouwd is. De rijkdom aan geïmporteerde waar doet aan soldaten denken, maar zeker is dat volgens Willems niet. De archeoloog J.E. Bogaers opperde in 1981 zelfs dat Castra Herculis, een fort dat in 359 werd hersteld, bij Driel kan hebben gelegen. Bewezen is dat nooit.

Vanuit het zuiden liep een Romeinse weg naar de rivier. Bij de Grote Molenstraat in Elst vonden archeologen een grindweg van tot twaalf meter breed, die in de richting van Driel en de Rijngrens voerde.

Wat is er nu te zien?

In Driel zelf zijn geen Romeinse resten te bezichtigen. Wat je wel ziet, is de grens zelf: vanaf de Drielse Rijndijk kijk je uit over de Nederrijn, de rivier die keizer Claudius in 47 tot noordgrens van het rijk maakte. Naast het dorp ligt de stuw die nu het rivierwater over de Nederlandse Rijntakken verdeelt, een moderne echo van de dam van Drusus.

  • De ANWB-fietsroute De limes in de Over-Betuwe voert over de Drielse Rijndijk en langs Romeinse plekken in Elst, Huissen en Arnhem.
  • Bij de Grote Molenstraat in Elst markeert een kunstwerk van roestig staal, een ossenkar met soldaten, de Romeinse weg.
  • In Arnhem-Meinerswijk, ruim drie kilometer van Driel, zijn de contouren van een castellum met schanskorven zichtbaar gemaakt (Meginhardweg 55).
  • De schat van het Drielse veer wordt bewaard in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden.

Bronnen: Livius.org, W.J.H. Willems, Arnhem-Meinerswijk (Universiteit Leiden), De Betuwe (DBNL), ANWB. Laatst bijgewerkt: 10 oktober 2026.