Thermen waren de openbare badhuizen van de Romeinen: gebouwen waar je je waste, maar ook sportte, je liet masseren, zaken besprak en vrienden trof. In de keizertijd gingen de meeste Romeinen er vrijwel dagelijks heen. Waar Romeinen zich vestigden, verscheen vroeg of laat een badhuis, en het best bewaarde Romeinse gebouw van Nederland is er dan ook een.

De thermen in het kort

Wat Groot Romeins openbaar badhuis; kleinere baden heetten balneae
Herkomst naam Grieks thermos, warm
Vaste ruimten Apodyterium, frigidarium, tepidarium, caldarium
Verwarming Hypocaustum: hete lucht onder de vloer en door holle wanden
Bekendste voorbeeld Thermen van Caracalla in Rome, ingewijd in 216
In Nederland Badhuis van Coriovallum (Heerlen), gebouwd rond 100 n.Chr.

Van badkamertje tot badpaleis

De Romeinse badcultuur begon bescheiden. Vanaf de derde eeuw voor Christus hadden grote woonhuizen een klein, eenvoudig badvertrek. In de tweede eeuw voor Christus kwamen de eerste openbare badhuizen op, aanvankelijk sober en gaandeweg steeds luxueuzer. Het gewone Latijnse woord voor zo’n inrichting was balneae. De term thermae werd vooral gebruikt voor de grote complexen uit de keizertijd, die behalve baden ook sportterreinen naar Grieks voorbeeld omvatten.

Die keizerlijke thermen waren reusachtig. Het terrein van de Thermen van Caracalla in Rome, gebouwd tussen ongeveer 212 en 216, besloeg zo’n 25 hectare. Alleen al het hoofdgebouw mat 214 bij 110 meter en bood naar schatting plaats aan 1.600 baders tegelijk; per dag zouden er 6.000 tot 8.000 mensen terecht hebben gekund. Het complex bleef in gebruik tot in de jaren 530, toen bij een beleg van de stad de watertoevoer werd afgesneden.

Een rondgang door het badhuis

Een bezoek verliep volgens een vast patroon. De bezoeker betaalde bij de ingang een quadrans, een van de kleinste muntjes, aan de badmeester. Rijke Romeinen die bij het volk in de gunst wilden komen, namen soms een dag lang voor iedereen de entree voor hun rekening.

Daarna volgde de route langs de ruimten:

  • het apodyterium, de kleedkamer, waar slaven op de kleren pasten;
  • het frigidarium, de koude ruimte met een dompelbad;
  • het tepidarium, de lauwwarme ruimte waar het lichaam aan de warmte wende;
  • het caldarium, de hete ruimte met het warme bad.

Wie wilde, kon nog zweten in het sudatorium of in het laconicum, een ruimte met droge hitte. Vervolgens ging het in omgekeerde volgorde terug, zodat het bezoek eindigde met een koude duik. De precieze volgorde staat niet in alle beschrijvingen hetzelfde en zal per badhuis en per bader hebben verschild.

Zeep gebruikten de Romeinen nog niet. Ze wreven zich in met geurige olie en schraapten die samen met zweet en vuil van de huid met een strigilis, een gebogen metalen schraper. Wie het kon betalen, liet dat door een slaaf doen.

Vloerverwarming van tweeduizend jaar oud

Het technische hart van de thermen was het hypocaustum. Vanuit een stookplaats, het praefurnium, stroomden hete lucht en rook door een holle ruimte onder de vloer, die rustte op stapeltjes tegels. Via holle bakstenen in de wanden, de tubuli, trok de warmte verder omhoog naar afvoeren in het dak. Zo werden vloeren en muren tegelijk verwarmd. De ruimte het dichtst bij het vuur was het heetst: daar lag het caldarium. De temperatuur regelde men eenvoudig door meer of minder hout op het vuur te leggen.

De Romeinse bouwmeester Vitruvius, die het systeem rond 15 voor Christus beschreef, noemt Sergius Orata als de uitvinder, omstreeks 80 voor Christus. Of dat klopt, wordt betwijfeld: er zijn aanwijzingen dat de Grieken het principe al eerder toepasten.

Meer dan een bad

Thermen waren ontmoetingsplaatsen. Bij veel badhuizen lag een palaestra, een sporttuin omgeven door een zuilengang, en soms een openluchtzwembad, de natatio. Er waren zalen voor balspelen en vertrekken voor massage. De allergrootste complexen, zoals die van Trajanus, Caracalla en Diocletianus, hadden zelfs ruimten die als bibliotheek worden beschouwd. Het gebruikte badwater had nog een laatste taak: het spoelde meestal de latrine door.

Mannen en vrouwen baadden doorgaans gescheiden, in aparte afdelingen of op verschillende uren. Gemengd baden kwam toch voor, genoeg om keizer Hadrianus tot een verbod te bewegen.

Thermen in Nederland: Heerlen

In 1940 kwam in Heerlen een groot badhuis aan het licht. Het hoorde bij Coriovallum, een Romeinse plaats op het kruispunt van twee belangrijke wegen, en werd rond 100 na Christus gebouwd. Het geldt als het grootste en best bewaarde Romeinse bouwwerk van Nederland; de resten beslaan ongeveer 2.500 vierkante meter. Alleen al op het thermenterrein zijn meer dan 10.000 vondsten gedaan, van bouwfragmenten en aardewerk tot glas, munten en sieraden. Volgens de ontwerpers van het nieuwe museum is het badhuis zo’n vier eeuwen lang een druk bezochte ontmoetingsplek geweest.

De opgraving werd overkapt en was decennialang te zien in het Thermenmuseum, in een gebouw uit 1977. Dat museum wordt nu vernieuwd tot Het Romeins Museum, met het badhuis als middelpunt. Het ontwerpbureau dat de inrichting verzorgt, meldt dat het museum in aanbouw is en noemt 2028 als verwacht openingsjaar. Raadpleeg dus vooraf wat er op dit moment te bezoeken is.

Wie wil ervaren hoe zo’n badhuis er compleet uitzag, kan terecht in museumpark Archeon in Alphen aan den Rijn, waar een reconstructie van het Heerlense complex staat.

Bronnen: Wikipedia: Thermen, Wikipedia: Thermae, Wikipedia: Coriovallum, Kossmanndejong: Het Romeins Museum. Laatst bijgewerkt: 10 oktober 2026.