Quo vadis, waar ga je heen? Wie dat in het Romeinse Rijk wilde uitzoeken, had veel gehad aan de Tabula Peutingeriana: een bijna zeven meter lange rol waarop het wegennet van het rijk staat uitgetekend, van de Noordzeekust tot in India. Het is de enige overgeleverde kaart in haar soort, en ze laat ook zien welke plaatsen in het huidige Nederland de Romeinen de moeite van het vermelden waard vonden.

De Tabula Peutingeriana in het kort

Wat Middeleeuwse kopie van een laat-Romeinse wegenkaart
Afmetingen Ongeveer 6,75 m lang en 0,35 m hoog, elf perkamenten delen
Datering kopie Rond 1200 (ook: dertiende eeuw)
Inhoud 555 steden en ongeveer 3.500 andere plaatsnamen
Bewaarplaats Österreichische Nationalbibliothek, Wenen (Codex 324), sinds 1738
Erkenning UNESCO Memory of the World, 2007

Een kaart als een metroplattegrond

Wie de Peutingerkaart naast een moderne atlas legt, herkent er weinig in. De wereld is uitgerekt tot een smalle strook: van west naar oost enorm opgerekt, van noord naar zuid samengeperst. Zeeën zijn dunne linten, schiereilanden liggen plat. Dat is geen onkunde, maar een keuze. De kaart werkt als de plattegrond van een metronet: het gaat niet om de vorm van het land, maar om de volgorde van de haltes en de afstanden ertussen.

Langs de wegen staan honderden symbolen, van eenvoudige gebouwtjes met twee torens tot uitgewerkte stadsportretten. Rome, Constantinopel en Antiochië kregen de rijkste versiering. De kaart beslaat Europa, Noord-Afrika en delen van Azië, met Perzië, India en Sri Lanka, en zelfs een aanduiding van China. Het uiterste westen ontbreekt: het deel met Spanje, Marokko en de Britse eilanden is verloren gegaan. De Duitse geleerde Konrad Miller tekende in 1898 een reconstructie van dat ontbrekende stuk.

Hoe oud is het origineel?

De rol in Wenen is een middeleeuws afschrift; de meeste opgaven houden het op omstreeks 1200. Over het voorbeeld dat de kopiist voor zich had, zijn geleerden het niet eens. De kaart toont Constantinopel, dat pas in de vierde eeuw die naam kreeg, en geeft Ravenna een opvallende plaats, wat wijst op een laatste bewerking in de vierde of vroege vijfde eeuw. Maar ook Pompeii staat erop, de stad die na de uitbarsting van de Vesuvius in 79 nooit is herbouwd. De kaart bevat dus lagen uit verschillende eeuwen.

Een oude veronderstelling voert de oervorm terug op een wereldkaart die Agrippa onder keizer Augustus liet maken. De historica Emily Albu betoogde in 2014 daarentegen dat het voorbeeld weleens uit de Karolingische tijd kan stammen. Zekerheid is er niet.

Van Worms naar Wenen

De kaart dankt haar naam niet aan de maker, maar aan een latere eigenaar. De humanist Conrad Celtes zou haar in 1494 in een bibliotheek in Worms hebben gevonden. Hoe hij eraan kwam, is omstreden: al tijdgenoten beschuldigden hem ervan dat hij de rol had ontvreemd. Celtes gaf of vermaakte de kaart (de bronnen noemen 1507 en 1508) aan Konrad Peutinger (1465–1547), stadssecretaris van Augsburg en raadsman van keizer Maximiliaan I, met de bedoeling dat die haar zou uitgeven.

Dat lukte Peutinger niet meer. Een eerste gedeelte verscheen pas in 1591 in Antwerpen bij drukker Johannes Moretus; in 1598 volgde daar een gedrukte uitgave van de kaart, waarvoor de cartograaf Abraham Ortelius zich had ingezet. In 1753 bezorgde Franz Christoph von Scheyb een nieuwe, volledige uitgave. De rol zelf bleef ruim twee eeuwen bij de familie Peutinger, werd in 1714 verkocht en kwam terecht bij prins Eugenius van Savoye, die er honderd dukaten voor betaalde. Na zijn dood in 1737 ging de kaart naar de keizerlijke hofbibliotheek in Wenen, de huidige Österreichische Nationalbibliotheek.

Nederland op de Peutingerkaart

Het Nederlandse deel begint aan de kust bij Lugduno, getekend met twee torens. Die plaats wordt in verband gebracht met de Brittenburg, een Romeinse ruïne bij Katwijk die in de zestiende eeuw na stormen op het strand zichtbaar werd en later geheel in zee is verdwenen. Vanaf Lugduno lopen twee wegen oostwaarts naar Noviomagi, Nijmegen.

Langs de noordelijke weg, die de Rijn volgt, staan onder meer:

  • Praetorium Agrippinae (Valkenburg);
  • Matilone (Leiden);
  • Albaniana (Alphen aan den Rijn);
  • Nigropullo (Zwammerdam);
  • Lauri (Woerden).

De zuidelijke weg begint bij Forum Hadriani, het huidige Voorburg. Utrecht, het Romeinse Traiectum, ontbreekt op de kaart.

Welke naam bij welke plaats hoort, was lang een puzzel. De Leidse hoogleraar Philippus Cluverius probeerde in 1616 als eerste de namen aan Nederlandse plaatsen te koppelen. De Antwerpse kanunnik Aubertus Miraeus deed dat in 1633 opnieuw en hield Lauri bijvoorbeeld voor Leerdam. Leidse geleerden zagen in Lugduno graag hun eigen stad met haar Burcht, een gelijkstelling die niet houdbaar is gebleken.

Waar kun je de kaart zien?

Het origineel is te kwetsbaar om permanent te tonen. Toen de kaart in 2007 op de werelderfgoedlijst voor documenten kwam, was ze in Wenen precies één dag te zien, op 26 november. Wie de kaart wil bestuderen, is aangewezen op gedrukte en digitale reproducties. De Universiteitsbibliotheek Utrecht bewaart in haar Bijzondere Collecties het boekje van Miraeus uit 1633, waarin de Romeinse wegen door de Lage Landen aan de hand van de kaart worden besproken.

De plaatsen zelf zijn dichterbij. Valkenburg, Leiden-Roomburg, Woerden, Voorburg-Arentsburg en Nijmegen maken deel uit van de Neder-Germaanse Limes, die sinds 2021 UNESCO-werelderfgoed is. De Canon van Nederland rekent de Peutingerkaart tot de sleutelstukken van het venster over de Romeinse limes.

Bronnen: Wikipedia: Tabula Peutingeriana, Universiteitsbibliotheek Utrecht, Bijzondere Collecties, Wikipedia: Lugdunum Batavorum, Canon van Nederland: De Romeinse Limes. Laatst bijgewerkt: 10 oktober 2026.