Sjoerd Hendrik de Roos (1877-1962) gaf Nederland in 1912 voor het eerst in ongeveer anderhalve eeuw weer een eigen drukletter. Als ontwerper bij de Lettergieterij Amsterdam bepaalde hij tientallen jaren hoe Nederlandse boeken, kranten en reclamedrukwerk eruitzagen. Hij geldt als een van de grondleggers van de moderne Nederlandse typografie.
S.H. de Roos in het kort
| Geboren | 14 september 1877 in Drachten |
|---|---|
| Overleden | April 1962 in Haarlem |
| Beroep | Letterontwerper, boekverzorger en drukker |
| Werkgever | Lettergieterij Amsterdam, voorheen N. Tetterode (vanaf 1907) |
| Bekendste letter | Hollandsche Mediaeval (1912) |
| Eigen pers | De Heuvelpers in Hilversum |
Van schoenmakerszoon tot sierkunstenaar
De Roos werd geboren in Drachten, waar zijn vader schoenmaker was. Het gezin verhuisde toen hij nog jong was naar Amsterdam. Daar ging hij op zijn twaalfde in de leer als lithograaf, bij een steendrukkerij. Tussen 1892 en 1895 volgde hij lessen aan de Teekenschool voor Kunstambachten en aansluitend tot 1898 aan de Rijksakademie.
Zijn eerste baan als ontwerper was weinig verheffend: hij tekende voor de blikfabriek van Verwer in Krommenie, werk waaraan hij een hekel had. Zijn hart lag elders. De Roos was een aanhanger van de socialistische voorman Ferdinand Domela Nieuwenhuis en geloofde in het ideaal van kunst voor het volk: goede vormgeving moest er voor iedereen zijn. Die gedachte had hij gemeen met de Engelse Arts and Crafts-beweging van William Morris.
Het was dan ook passend dat zijn eerste boek een Nederlandse uitgave van Morris was: Kunst en Maatschappij, in 1903 verschenen bij de Amsterdamse uitgever A.B. Soep. De Roos verzorgde de versiering en de hele opmaak. In dit vroege werk is de invloed van de Arts and Crafts-beweging goed te zien.
Een Hollandse letter
Op 17 augustus 1906 schreef De Roos een sollicitatiebrief aan de Lettergieterij Amsterdam. De directie aarzelde, maar nam hem in 1907 aan. Hij zou er tot in de Tweede Wereldoorlog blijven. Hij ontwierp er letters, bewerkte aangekochte letterseries en verzorgde vrijwel al het eigen drukwerk van het bedrijf, van letterproeven tot het huisblad Typografische Mededeelingen.
In 1912 bracht de gieterij zijn Hollandsche Mediaeval uit, de eerste nieuwe Nederlandse drukletter in zo’n 150 jaar. Het werd een van zijn meest succesvolle ontwerpen, naast de latere Egmont, Libra en De Roos Romein.
In totaal ontwierp De Roos twaalf lettertypen. Over de precieze jaartallen zijn de overzichten het niet steeds eens, maar de volgorde is duidelijk.
- Zilvertype (omstreeks 1915), gemaakt voor De Zilverdistel, de eigen pers van Jean François van Royen
- Ella Cursief (1916)
- Erasmus Mediaeval (1923) en Grotius (1925)
- Meidoorn (1927 of 1928), voor zijn eigen pers
- Egmont (1932 of 1933)
- Libra en Simplex (eind jaren dertig), twee letters naar het voorbeeld van vroegmiddeleeuws schrift; de Libra kent geen aparte hoofdletters
- De Roos Romein en Cursief (1947), zijn laatste letter
Opvoeder van drukkers en lezers
De Roos zag het als zijn taak om de smaak van vakgenoten en publiek te verbeteren. In het Stedelijk Museum in Amsterdam richtte hij in 1911 een tentoonstelling in over slecht drukwerk, onder de titel Smaakmisleiding, en in 1913 een over goed en slecht drukwerk. In 1914 en 1927 verzorgde hij presentaties op de internationale grafische tentoonstelling Bugra in Leipzig. Toen in 1925 de keuze van de vijftig best verzorgde boeken van het jaar van start ging, was hij daar vanaf het begin bij betrokken.
Zijn werk bleef niet beperkt tot boeken. In 1923 behoorde hij tot de prijswinnaars van een ontwerpwedstrijd van de PTT en ontwierp hij een postzegel.
De Heuvelpers
Eind jaren twintig begon De Roos in Hilversum een eigen pers, de Heuvelpers. Voor die pers tekende hij een eigen letter: de Meidoorn. Volgens de Encyclopaedia Britannica was het de tweede private press van Nederland en verschenen er vier boeken, waarvan de uitgave van Hand and Soul van Dante Gabriel Rossetti uit 1929 als bijzonder geslaagd geldt. Over de looptijd van de pers verschillen de bronnen: de ene laat haar omstreeks 1928 beginnen, een andere geeft 1927 tot 1935.
Ook over zijn afscheid van de lettergieterij bestaat geen eenstemmigheid: sommige overzichten noemen 1941, andere 1942. Zeker is dat Dick Dooijes hem opvolgde en dat De Roos nadien thuis nog aan zijn laatste letter werkte, waarbij Dooijes de correcties op de gieterij uitvoerde. In juni 1945 werd een bibliofiele stichting opgericht die zijn naam kreeg: Stichting De Roos. De Roos overleed in april 1962 in Haarlem; de meeste bronnen geven 3 april, de Britannica 2 april.
Waar is zijn werk te vinden?
De Typografische Bibliotheek van de Lettergieterij Amsterdam, die onder leiding van De Roos tot bloei was gekomen, ging in 1971 over naar de Universiteitsbibliotheek van Amsterdam. Het archief van De Roos, dat daar als aparte reeks mappen deel van uitmaakte, verhuisde mee. Deze collecties horen nu bij het Allard Pierson, dat het ontwerpersarchief van De Roos tot de zwaartepunten van zijn grafische verzameling rekent. Belangstellenden kunnen het materiaal raadplegen in de onderzoekzaal aan de Oude Turfmarkt 129 in Amsterdam.
Zijn weduwe bood kort na zijn dood het privé-archief aan het Frans Hals Museum en de Haarlemse stadsbibliotheek aan. Ook het Rijksmuseum en het museum in zijn geboorteplaats Drachten bewaren volgens Wikipedia werk van hem.
Bronnen: DBNL, De Boekenwereld, jaargang 4, Encyclopaedia Britannica, Allard Pierson, Graphic design and typography, Wikipedia, Sjoerd Hendrik de Roos. Laatst bijgewerkt: 10 oktober 2026.
