In de Loowaard, een uiterwaard bij Duiven, heeft vrijwel zeker een Romeins grensfort gestaan. Niemand heeft het ooit gezien: de Rijn spoelde het weg en wat overbleef kwam pas bij het baggeren van grind naar boven. Het fort is daarmee het bekendste voorbeeld van de verdronken castella langs de Gelderse limes.
De Loowaard in het kort
| Wat | Zeer waarschijnlijk een Romeins fort aan de Rijngrens; de antieke naam is onbekend |
|---|---|
| Waar | Grindgat in de Loowaard, gemeente Duiven (Gelderland) |
| Gesticht | Vermoedelijk in het tweede kwart van de eerste eeuw, mogelijk rond 40 na Chr. |
| Einde | Rond 250 verlaten; daarna nog sporen uit de laat-Romeinse tijd |
| Bron van kennis | Baggervondsten, grotendeels verzameld door amateurarcheologen |
| Te zien | Uitkijkpunt Panorama Fibula (2022) op de oever van het grindgat |
Een fort uit de grindhoop
In de jaren zeventig werd in de Loowaard op grote schaal grind gewonnen. Het grind ging naar de Rijnkade in Arnhem, waar het werd opgeslagen voor verder transport. Daar, en dus niet in Duiven zelf, deden amateurarcheologen de meeste vondsten. Een van hen was Wil Kuijpers, die jarenlang na zijn werk met een metaaldetector de grindhopen afzocht en honderden Romeinse voorwerpen verzamelde.
Wat er boven water kwam, was veelzeggend: scherven van geïmporteerd Romeins aardewerk, tufsteen, baksteen en dakpannen, bronzen vaatwerk, ijzeren gereedschap, munten, sieraden, paardentuig en wapens zoals speerpunten en zwaarden. Vooral de mantelspelden, de fibulae, zijn belangrijk. Zo’n verzameling lijkt sterk op wat er uit bekende limesforten als Woerden en Alphen aan den Rijn komt. Daarom achten onderzoekers een fort in de Loowaard zeer waarschijnlijk. Of het een klein fort was of een volwaardig castellum, is volgens het platform Romeinen.nl nog niet uitgemaakt.
Van legerkamp tot dorp
Kuijpers publiceerde zijn onderzoek in 2021 in het boek Het Romeinse castellum in de Loowaard. Door de vondsten naar type en ouderdom in kaart te brengen, reconstrueerde hij de levensloop van de plek. De vroegste mantelspelden zijn puur militair en wijzen op een begin rond 40 na Chr., de tijd waarin langs de Nederlandse Rijn meer forten werden aangelegd. Vanaf ongeveer 70 tot 80 duiken ook luxere, burgerlijke spelden op: bij het fort kwamen vrouwen, kinderen, handelaren en ambachtslieden wonen. De bloeitijd viel volgens hem rond 100 tot 120.
Na ongeveer 160 tot 170 nam de bedrijvigheid af en rond 250 lag de plek er verlaten bij. Pas rond 400 volgde een korte, minder intensieve opleving, mogelijk door de troepen van een krijgsheer. Over die late fase zijn de bronnen het niet helemaal eens. Romeinen.nl laat het fort bestaan van het midden van de eerste tot in de derde eeuw. Livius.org noemt voorwerpen uit de vierde eeuw en Frankische vondsten, en leidt daaruit af dat de plek tot in de vroege middeleeuwen in gebruik bleef; of de bewoning ononderbroken was, is volgens die site onduidelijk.
Een opvallend detail: een deel van de militaire spelden komt uit Germaans gebied en werd waarschijnlijk door Friezen gedragen. Onderzoekers zien daarin een aanwijzing dat Friezen in het Romeinse leger dienden, misschien in Bataafse eenheden.
Waarom er niets meer staat
Vermoedelijk in de vijfde of zesde eeuw ondermijnde een rivierbocht het terrein. De resten gleden in de buitenbocht, waar de rivier acht tot tien meter diep is. De baggeraar stuitte daar ooit op een laag metselwerk, maar de ouderdom daarvan is nooit vastgesteld. Het zuigen bracht alleen klein materiaal omhoog; grote stenen bleven liggen. Of er op de bodem van de plas nog iets van het fort rust, weet niemand. De oevers rondom zijn grotendeels ongeroerd en kunnen nog resten van het fort of van het bijbehorende kampdorp bevatten.
De ligging was strategisch. Het fort lag volgens Livius.org nabij de plaats waar Rijn en Waal zich in de Romeinse tijd splitsten, ongeveer tien kilometer van het castellum van Arnhem-Meinerswijk en negen van dat bij Herwen-De Bijland. Kuijpers concludeert uit de geringe slijtage van de voorwerpen dat ze niet van ver zijn aangespoeld, maar van een fort ter plaatse komen.
Wat is er te zien?
Van het castellum zelf is niets zichtbaar. Sinds 2022 staat op de oever van het grindgat wel het uitkijkpunt Panorama Fibula, ontworpen door kunstenaar Heidi Linck. De toren heeft de vorm van een mantelspeld, geïnspireerd op een rijk ingelegd exemplaar dat volgens Kuijpers door een vrouw gedragen werd. Boven kijk je uit over de plas en de uiterwaarden en lees je over het Romeinse verleden van de plek.
De meeste vondsten zitten in particuliere verzamelingen. Een deel van de collectie-Kuijpers is ondergebracht bij het Valkhof Museum in Nijmegen. Wie de tocht wil uitbreiden, vindt in Arnhem-Meinerswijk het enige Gelderse limesfort waarvan funderingen zijn teruggevonden; de omtrek van het hoofdgebouw is daar met schanskorven aangegeven.
Bronnen: Romeinen.nl, Limes.nl, Dorpsraad Loo, gesprek met Wil Kuijpers, Livius.org. Laatst bijgewerkt: 10 oktober 2026.
