Bij Maurik, in de Betuwe aan de Nederrijn, lag het Romeinse fort Mannaricium. Het is nooit opgegraven: in 1972 werd het bij zandwinning uit een oude Rijnarm gezogen, en wat er over is, ligt meters onder water. Dankzij een grote hoeveelheid opgeviste vondsten weten we toch verrassend veel over de soldaten die hier de grens bewaakten.

Mannaricium in het kort

Plaats Maurik, gemeente Buren, Gelderland
Romeinse naam Mannaricium (ook Mannaricum), vermeld op de Peutingerkaart
Periode Na het jaar 70 tot eind derde eeuw; mogelijk opnieuw bezet in de vierde eeuw
Wat is er gevonden Meer dan 130 gestempelde dakpannen en stenen, ruim 300 munten, 190 mantelspelden, wapens, scheepsplanken
Bezetting Cohors II Thracum equitata, later Cohors II Hispanorum equitata
Te bezoeken Plaquettemonument op de hoek Rijnbandijk en Rijnstraat

De ontdekking van 1972

Bij het dorp ligt het Eiland van Maurik, tegenwoordig een recreatiegebied in de uiterwaarden van de Nederrijn. Hier werd zand gewonnen in een oude arm van de Rijn. In 1972 merkten de baggeraars dat er behalve zand ook Romeinse voorwerpen omhoog kwamen. Leden van de Historische Kring Kesteren en Omstreken zeefden daarop zand en klei bij de kleine jachthaven aan de westkant van de plas.

Het resultaat was overweldigend: grote hoeveelheden scherven, meer dan 130 stukken bouwmateriaal met militaire stempels, wapens en uitrusting, sieraden, ruim driehonderd munten en 190 mantelspelden. Rond 1983 volgden nieuwe vondsten met metaaldetectors. Een groot deel van het opgezogen zand is destijds naar Texel versleept om er dijken mee te versterken.

Geen muur gezien, toch een fort

Door de manier van winnen heeft niemand ooit een muur of gracht van Mannaricium op zijn oorspronkelijke plek gezien. Toch twijfelen archeologen nauwelijks aan het bestaan van het fort. Bijna alle vondsten kwamen uit een gebied van enkele honderden meters rond de jachthaven, terwijl het grote afgegraven terrein stroomafwaarts maar een paar losse scherven opleverde. De scherven vertonen bovendien geen sporen van verplaatsing door de rivier. Het materiaal lag dus dicht bij de plaats waar het ooit is achtergelaten, vier tot zeven meter onder de huidige waterspiegel.

Tussen de vondsten zaten ook scheepsplanken. Een deel hoort waarschijnlijk bij platbodems van het type dat bij Zwammerdam is opgegraven, de vrachtschepen van de Rijn. Enkele planken zijn mogelijk van een oorlogsschip, wat voor Nederland een zeldzame vondst zou zijn.

Thraciërs en Spanjaarden aan de Rijn

De munten en mantelspelden wijzen erop dat het fort is gebouwd na de Bataafse Opstand van 69-70, al sluit Livius.org een eerdere militaire aanwezigheid niet uit. Uit inscripties zijn twee eenheden bekend, allebei van het type cohors equitata: zes centuriën voetvolk, samen 480 man, met daarbij 128 ruiters. Eerst lag hier de Cohors II Thracum equitata, een van oorsprong Thracische eenheid. Rond het jaar 83 werd die volgens Livius.org afgelost door de Cohors II Hispanorum equitata, van oorsprong een Spaanse eenheid.

In theorie telde het garnizoen dus ongeveer zeshonderd man, al zal de werkelijke sterkte in rustige tijden lager zijn geweest. En rustig was het lang: in de eerste anderhalve eeuw van het fort was er aan dit deel van de grens weinig dreiging van buitenaf.

Het einde van het fort

Vermoedelijk is het fort in het eerste kwart van de derde eeuw nog herbouwd. Daarna ging het snel. Livius.org noemt 275 als het jaar van ontruiming, tegelijk met veel andere forten aan de Nederrijn; de Nederlandse Limes Samenwerking spreekt van het einde van de derde eeuw. Scherven en munten laten zien dat er in de vierde eeuw opnieuw mensen zaten, mogelijk soldaten. Rond 350 werd de plek volgens de Limes Samenwerking voorgoed verlaten.

De naam bleef. Mannaricium staat op de Peutingerkaart, een middeleeuwse kopie van een Romeinse wegenkaart, en leeft voort in Maurik, dat in 997 als Maldericke wordt genoemd. Waar de naam vandaan komt, is onduidelijk; de oudste vorm is mogelijk Keltisch.

Wat is er nu te zien?

Van het castellum is boven water niets zichtbaar, en een opgraving is volgens Livius.org waarschijnlijk niet meer mogelijk. Op de kruising van de Rijnbandijk en de Rijnstraat in Maurik staat wel een plaquettemonument dat de vermoedelijke plek markeert. Op de bronzen plaat zijn een plattegrond van het fort en een aantal vondsten afgebeeld. Vanaf de dijk kijk je uit over het Eiland van Maurik, met zijn plassen, campings en vakantiehuisjes: het landschap dat het fort heeft opgeslokt.

Wie Romeinse vondsten uit de streek wil zien, kan terecht in Streekmuseum Baron van Brakell in het naburige Ommeren (Provincialeweg 21), waarin ook de Historische Kring Kesteren is opgegaan. Het museum is in de wintermaanden gesloten.

Bronnen: Nederlandse Limes Samenwerking, Livius.org, W. Kuijpers, The washed out Roman sites along the limes (2021). Laatst bijgewerkt: 10 oktober 2026.